De exploitant voert binnen de inrichting een aantoonbaar “veilige seksbeleid” dat ook voor de klanten duidelijk kenbaar is. Dit beleid bevat tenminste de volgende onderdelen:
de aanwezigheid in de werkruimten van condooms die voldoen aan de keuringsnorm EN-600 en waarvan de gebruiksdatum niet is verlopen;
gelegenheid bieden aan prostituees zich periodiek op SOA te laten onderzoeken;
vrije toegang van GGD-medewerkers tot de inrichting;
actieve medewerking aan preventieactiviteiten van de GGD gericht op verbetering van de gezondheidssituatie van de in de inrichting werkzame prostituees, en de volksgezondheid;
de verspreiding onder de in de inrichting werkzame prostituees van voorlichtingsmateriaal over de gezondheidsrisico’s van het prostitutiewerk en over gezondheidszorg en hulpverlening;
indien een niet-GGD-arts aan het bedrijf verbonden is, meldt de exploitant schriftelijk de naam en het adres van desbetreffende arts aan de directeur van de GGD;
een huisreglement gericht op bevordering van het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee, waaronder begrepen: het recht klanten te weigeren, het weigeren zonder condoom te werken, het weigeren van verplicht meedrinken met de klant enz..
De exploitant zorgt voor naleving van het huisreglement.
Hoofdstuk
Artikel 3