Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.15

Loslopende honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Laren

1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat de hond aangelijnd is; b. buiten de bebouwde kom op de weg anders dan aangelijnd op de wijze bedoeld onder a in gedeelten van de gemeente of op bepaalde plaatsen die door het college ter voorkoming of opheffing van overlast zijn aangewezen; c. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; d. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk, dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het verbod geldt niet voorzover de eigenaar of houder van de hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.

Rechtspraak bij dit artikel