Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 2

Artikel 4.2.2

Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Laren

1. Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht, alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever verplicht: a. indien de verontreiniging de veiligheid van het verkeer in gevaar brengt of gevaar voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na het ontstaan van de verontreiniging te reinigen of te doen reinigen; b. indien de verontreiniging de veiligheid van het verkeer niet in gevaar brengt of geen gevaar voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na de beëindiging van de werkzaamheden of, indien deze langer dan een dag duren, elke dag terstond na beëindiging van de werkzaamheden op die dag te reinigen of te doen reinigen. 2. Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel