**1.** Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant.
**2.** Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
**3.** Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment van onaantastbaar worden van de vergunning wat wil zeggen oftewel tot het moment dat:
a. de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat bezwaar of beroep is ingediend;
b. is beslist op een verzoek om voorlopige voorziening;
c. beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan.
**4.** Het college kan indien veiligheidsoverwegingen of andere zwaarwegende argumenten daartoe nopen het vergunningvoorschrift als vervat in het vorenstaande artikellid achterwege te laten.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.3.5
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Laren