Deze beleidsregels verstaan onder:
activiteitensubsidie:
een subsidie voor een prestatie, product of dienst die door de subsidieontvanger wordt geleverd en waarvoor het college nadere afspraken kan vastleggen in een uitvoeringsovereenkomst;
b.algemene reserve:
afgezonderde vermogensbestanddelen met een algemeen karakter, vrij aanwendbaar en met het doel eventuele bedrijfsrisico’s op te vangen;
amateurkunst:
activiteit op het gebied van muziek, dans, toneel, schilderkunst, beeldhouwkunst, audiovisuele kunst en literatuur, die niet professioneel, maar uit liefhebberij wordt uitgevoerd;
basissubsidie:
een subsidie voor vrijwilligersorganisaties in de vorm van een tegemoetkoming in de bestuurlijke kosten;
begrotingsjaar:
een kalenderjaar;
bestemmingsreserve:
afgezonderde vermogensbestanddelen waar vooraf een specifieke bestemming aan is gegeven;
g.voorziening:
tot het vreemd vermogen behorende vermogensbestanddelen die gevormd zijn met het oog op toekomstige verplichtingen, waarvan de omvang onzeker is, maar waarvan redelijkerwijs de hoogte kan worden geraamd;
h.vrijwilliger:
een persoon die in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald werk verricht voor andere mensen of voor de samenleving;
vrijwilligersorganisatie:
een organisatie zonder personeel, waar de werkzaamheden worden uitgevoerd door vrijwilligers.
De begripsomschrijvingen in artikel 1 van de Algemene subsidieverordening zijn van toepassing op de begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt.