**1..** De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor de subsidie
is verleend.
**2..** De subsidieontvanger tracht van derden financiële steun te krijgen
en vraagt zo mogelijk haar leden, deelnemers of gebruikers een
redelijke eigen bijdrage.
**3..** De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
schriftelijk indien gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen
ontstaan of dreigen te ontstaan tussen werkelijke uitgaven en
inkomsten en begrote uitgaven en inkomsten en de verklaring van de
verschillen.
**4..** De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
schriftelijk over:
besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging
van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, dan wel
ontbinding van de rechtspersoon;
relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
verhouding met derden;
ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de
beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden
geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;
wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het
doel van de rechtspersoon.
**5..** De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
handelingen als vermeld in artikel 4:71 Awb.
**6..** Op verzoek van het college dient de subsidieontvanger mee te werken
aan een steekproefsgewijze controle ten aanzien van de
gesubsidieerde activiteiten. De subsidieontvanger dient desgevraagd
bewijsstukken te overleggen.
HOOFDSTUK 6
Artikel 14
Overige verplichtingen van de subsidieontvanger
Onderdeel van ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING OEGSTGEEST 2011