Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 14

Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

Onderdeel van ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING OEGSTGEEST 2011

1.. De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. 2.. De subsidieontvanger tracht van derden financiële steun te krijgen en vraagt zo mogelijk haar leden, deelnemers of gebruikers een redelijke eigen bijdrage. 3.. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk indien gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen werkelijke uitgaven en inkomsten en begrote uitgaven en inkomsten en de verklaring van de verschillen. 4.. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon. 5.. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Awb. 6.. Op verzoek van het college dient de subsidieontvanger mee te werken aan een steekproefsgewijze controle ten aanzien van de gesubsidieerde activiteiten. De subsidieontvanger dient desgevraagd bewijsstukken te overleggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel