Naar hoofdinhoud
1.. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages (tertiaal) over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste vier maanden, en de eerste acht maanden en na twaalf maanden van het lopende boekjaar. 2.. De tussentijdse rapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende tijdstippen: de 4-maands rapportage in juni van het lopende begrotingsjaar; de 8-maands rapportage in oktober van het lopende begrotingsjaar; de 12-maands rapportage in februari van het volgend begrotingsjaar. De tussentijdse rapportages worden genoemd: voortgangsrapportages. 3.. De inrichting van de voortgangsrapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting, conform artikel 8. 4.. In de rapportages is per beleidsthema of project opgenomen: de voortgang c.q. realisatie van maatschappelijke effecten, prestaties, activiteiten, moties, amendementen en investeringen; budgettaire afwijkingen, een actualisatie van de paragrafen (lokale heffingen, weerstandsvermogen, bedrijfsvoering, verbonden partijen en financiering), de ontwikkeling van het investeringsvolume, een overzicht met beslispunten voor de raad en gerealiseerde collegetoezeggingen. 5.. In het geval de resultaten afwijken van de prestatie-indicatoren zal een toelichting opgenomen worden (inclusief maatregelen om de vastgestelde doelen alsnog te behalen). 6.. Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen, voor zover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake: aankoop van onroerende zaken waarvan de koopsom per transactie groter is dan € 250.000; verkoop van onroerende zaken waarvan de koopsom per transactie groter is dan € 250.000; het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 50.000; verhoging van bestaande en nieuwe investeringskredieten. 7.. Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen, voor zover het betreft niet bij begroting vastgestelde meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten structureel groter zijn dan € 25.000 en incidenteel groter dan € 50.000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel