Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Weigeringsgronden

Onderdeel van Nadere regels incidentele subsidie

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4: 25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan subsidie worden geweigerd als: de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op dan wel niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; de activiteiten partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming beogen; de aanvrager met winstoogmerk werkzaam is; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eerdere subsidieverlening, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; de op een specifieke doelgroep gerichte activiteiten niet openstaan voor alle groeperingen of personen, in die zin dat met betrekking daartoe onderscheid naar ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse en/of seksuele geaardheid wordt gemaakt; de subsidie niet of in onvoldoende mate besteed zal worden aan het doel waarvoor subsidie beschikbaar wordt gesteld; naar het oordeel van het college de aanvrager onvoldoende rekening houdt of heeft gehouden met de toegankelijkheid van accommodaties voor lichamelijk gehandicapten; de doelstellingen of de (te ontplooien) activiteiten van de aanvrager in strijd zijn met de wet of het algemeen belang; subsidieverstrekking niet past binnen het gemeentelijk subsidiebeleid of mogelijk leidt tot precedentwerking.

Rechtspraak bij dit artikel