Naar hoofdinhoud
Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2012'. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2011. De voorzitter, De griffier, Toelichting op de Verordening onroerende-zaakbelastingen 2012 Op 10 november 2011 is de Programmabegroting 2012-2015 vastgesteld. De in de paragraaf Lokale Heffingen globaal aangegeven tariefsaanpassingen voor het jaar 2012 zijn in de gemeentelijke belastingverordeningen voor 2012 verwerkt. Bij de redactie hiervan is zoveel mogelijk aangesloten bij de modelverordeningen van de VNG. De toelichting op de modelverordening is te raadplegen via de volgende link:  http://www.gouda.nl/Modelverordeningen_gem_belastingen_toelichting.pdf In de paragraaf Lokale Heffingen van de Programmabegroting 2012 - 2015 is aangegeven dat diverse heffingen worden verhoogd met het inflatiepercentage van 2,25% (CPB-percentage, zoals opgenomen in de meicirculaire 2011 van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds). Op grond van de Wet waardering onroerende zaken worden alle onroerende zaken jaarlijks opnieuw  gewaardeerd, dit is de zogenaamde WOZ-waarde. Ook in 2012 wordt voor alle onroerende zaken in Gouda een nieuwe waardebeschikking afgegeven. Deze waardebeschikking stelt een waarde vast op basis van de waardepeildatum 1 januari 2011 en wordt gehanteerd voor de belastingaanslagen 2012. In 2011 werd de waarde van de onroerende zaken bepaald per waardepeildatum 1 januari 2010. Op basis van de inmiddels beschikbare gegevens blijkt dat er tussen de waardepeildata (1 januari 2010 en 1 januari 2011) sprake is van een waardedaling van respectievelijk 1,85% voor de woningen en 1,03% voor de niet-woningen. Het betreft hier een gemiddelde waardedaling. Nadrukkelijke wordt erop gewezen dat bij een aantal individuele objecten er geen sprake is van een waardedaling maar van een waardestijging tussen de betreffende waardepeildata. In de Voorjaarsnota en de inmiddels vastgestelde Programmabegroting 2012-2015 is aangegeven dat de in het verbreed Rioleringsplan voorziene opbrengst rioolheffingen 2012 zal worden verlaagd met e 2.000.000,-- onder gelijktijdige verhoging van de OZB-opbrengst met eveneens e 2.000.000,--. De verhoging van de OZB-raming met e 2.000.000,-- en een inflatiepercentage van 2,25% betekent ten opzichte van de OZB-tarieven 2011 een verhoging van 19,6% in 2012. De aldus met 19,6% verhoogde tarieven 2011 dienen vervolgens nog te worden gecorrigeerd in relatie tot de hiervoor aangegeven waardeontwikkeling tussen de twee waardepeildata. Rekening houdend met de in de Programmabegroting 2012-2015 geraamde OZB opbrengst en de waardeontwikkeling van de objecten zijn voor 2012 de navolgende tarieven voor de OZB vastgesteld: Eigendom woning                     0,1313%          (2011: 0,1078%) Gebruik niet-woning                 0,1820%          (2011: 0,1506%) Eigendom niet-woning              0,2283%          (2011: 0,1889%) Voorts is van belang dat vanaf  2011 de uitvoering van de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen alsmede de uitvoering van de Wet WOZ is opgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling BSGR (Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland). De BSGR combineert zoveel mogelijk gemeentelijke en waterschapsaanslagen op één aanslagbiljet. De gecombineerde aanslag die eind februari 2012 vanuit de BSGR zal worden verzonden, zal voor bijna alle inwoners en bedrijven naast waterschapsaanslagen en de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2011, de volgende gemeentelijke aanslagen bevatten: onroerende-zaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffingen en hondenbelasting. Alleen de inwoners en bedrijven die niet binnen het gebied van het hoogheemraadschap van Rijnland wonen c.q. gevestigd zijn, ontvangen een afzonderlijke aanslag waterschapsbelastingen van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Gecombineerde aanslagen waarvan het eindbedrag hoger is dan e 75,-- maar lager dan e 5.000,-- kunnen in acht betaaltermijnen worden voldaan zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden voldaan. Voor gecombineerde aanslagen waarvoor geen automatische betalingsincasso van toepassing is, blijven twee betaaltermijnen gelden waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

Rechtspraak bij dit artikel