Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2008.
Met ingang van 1 juni 2008 wordt de verordening klachtenbehandeling gemeente Noordwijk ingetrokken.
Deze verordening kan worden aangehaald als: VERORDENING KLACHTENBEHANDELING GEMEENTE NOORDWIJK 2008.
TOELICHTING
Algemeen
In deze verordening zijn aanvullende bepalingen ten aanzien van de behandeling van klachten opgenomen. Deze verordening geldt dus naast de bepalingen ten aanzien van de behandeling van klachten uit de Awb (Hoofdstuk 9).
Artikel 1
Sub a
In de Awb is geen definitie van het begrip ‘klacht’ opgenomen. Artikel 9:1 van de Awb stelt voorop dat een ieder het recht heeft om bij een bestuursorgaan een klacht in te dienen over de wijze waarop dat orgaan zich heeft gedragen. Volgens de omschrijving van artikel 9:1 Awb hebben klachten betrekking op de wijze waarop het bestuursorgaan zich in een bepaalde gelegenheid jegens de klager of een ander heeft gedragen. De reikwijdte van de regeling sluit daarmee aan bij artikel 12 van de wet Nationale Ombudsman. Algemene klachten over beleid dan wel beleidsuitvoering in het algemeen, hebben geen betrekking op een bepaalde aangelegenheid, terwijl ook het feit dat de klacht een gedraging jegens iemand moet inhouden, meer algemene wensen over het optreden c.q. beleid van het bestuursorgaan buiten het bereik van deze regeling houdt. Evenals in artikel 12 van de wet Nationale Ombudsman is onder een ‘gedraging’ mede begrepen een ‘nalaten’.
Een klacht kan zien op de volgende onderwerpen:
• ongenoegen over de wijze waarop iemand van de gemeente zich heeft gedragen of uitgelaten;
• te lange (trage) behandeling van een brief;
• onjuiste of onvolledige beantwoording van vragen.
De klachten en meldingen over stoeptegels en dergelijke vallen hier niet onder.
Sub d
In de verordening wordt de positie van de huidige klachtencoördinator geformaliseerd.
Artikel 2
Voor mondelinge dan wel telefonische klachten volstaat hoofdstuk 9 van de Awb met de algemene zorgplicht om klachten behoorlijk af te doen. De wetgever heeft hier het risico van formalisering en bureaucratisering willen vermijden. De bepaling waarin in de algemene zorgplicht is neergelegd (artikel 9:2 Awb) is echter niet vrijblijvend bedoeld. Zo moet verzekerd zijn dat er voldoende gelegenheid is om ook telefonisch klachten in te dienen. Het artikel impliceert dat op alle klachten waarop niet aanstonds een bevredigend antwoord kan worden gegeven, enigerlei reactie van het bestuursorgaan moet volgen. Een schriftelijke reactie op een mondelinge klacht is niet vereist, maar als de klager nadrukkelijk om een schriftelijke reactie vraagt dan ligt het in de rede om daaraan tegemoet te komen.
Artikel 3
Deze verplichting vloeit voort uit artikel 9:12a Awb. In principe behoeven alleen de binnengekomen schriftelijke klachten te worden geregistreerd. Dit artikel is via een amendement in het toenmalige wetsvoorstel terecht gekomen om het leerproces voor bestuursorganen te versterken. Om dit leerproces te versterken is in lid 2 van artikel 3 van de verordening opgenomen dat ook mondelinge en telefonische klachten door de klachtencoördinator op schrift worden gesteld en vervolgens door de postkamer worden geregistreerd.
Artikel 4
Sub a
In een aantal gevallen is het bestuursorgaan niet verplicht, maar wel bevoegd om een klacht te behandelen. Artikel 9:8 lid 1 noemt deze gevallen:
er is sprake van een herhaalde klacht. Van een herhaalde klacht is geen sprake indien nieuwe feiten en omstandigheden worden aangedragen, die een nieuw licht op de klacht werpen;
de betreffende gedraging heeft langer dan een jaar voor de indiening van het klaagschrift plaatsgevonden. De reden voor het stellen van deze termijn is onder meer gelegen in het feit dat een onderzoek naar feiten die lange tijd geleden hebben plaatsgevonden, lastiger is uit te voeren dan naar meer recente gebeurtenissen;
klager heeft de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen;
klager heeft de mogelijkheid om beroep in te stellen of heeft die mogelijkheid gehad;
de betreffende gedraging is voorwerp van onderzoek bij een andere rechterlijke instantie of is dat geweest;
terzake van de gedraging is een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie gaande of een vervolging, dan wel dat de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en terzake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is.
Indien een klacht om één van de hierboven genoemde redenen niet in behandeling wordt genomen, ontvangt de klager daarover binnen vier weken na ontvangst van de klacht schriftelijk bericht.
Sub 3
Dit onderdeel vloeit rechtstreeks voort uit artikel 9:9 Awb.
Sub 4
De afdoeningstermijn van een klacht bedraagt zes weken. De termijn kan met ten hoogste vier weken worden verdaagd (artikel 9:11 Awb). Het is daarom van belang dat de voortgang van de klachtbehandeling wordt bewaakt.
Artikel 5
Dit artikel is aangepast aan het huidige organisatiemodel. Verder is er niets in dit artikel veranderd.
Artikel 6
Sub a
Dit onderdeel vloeit rechtstreeks voort uit artikel 9:10 lid 1 Awb.
Sub b
Dit onderdeel vloeit rechtstreeks voort uit artikel 9:10 lid 3 Awb.
Sub c
Dit is een formalisering van de huidige werkwijze.
Artikel 7
Dit artikel vloeit rechtstreeks voort uit artikel 9:12 lid 1 Awb.
Artikel 8
Dit artikel spreekt voor zich. Met de formalisering van de functie van klachtencoördinator diende hier een regeling over te worden opgenomen.
Artikel 9
Dit artikel vloeit rechtstreeks voort uit artikel 9:12a Awb. In de gemeente Noordwijk wordt dit onderdeel opgenomen in het burgerjaarverslag.
Artikel 10
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 11
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.