Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › AFDELING 1

Artikel 4.1.5

Geluidhinder

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Hardenberg

1.. Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2.. Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen. 3.. Het college kan aan de ontheffing voorschriften verbinden ter voorkoming of beperking van geluidhinder. 4.. De in het vorige lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen: het maximale geluidniveau; de situering van geluidbronnen; de frequentie en tijden van gebruik. 5.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover het betreft het gebruik van een knalapparaat op landbouwgronden door bedrijven, ter verjaging van wild en gevogelte ter voorkoming van vraatschade aan gewassen, waarbij: een knalapparaat niet in werking is vóór 07.00 uur en ná 21.00 uur; de kortste afstand tussen een knalapparaat en een geluidsgevoelig object van derden tenminste 300 meter bedraagt. Een bedrijfswoning in het buitengebied wordt niet gezien als een geluidsgevoelig object van derden; de kortste afstand tussen een knalapparaat en de openbare weg tenminste 50 meter bedraagt; de loop van een knalapparaat van geluidsgevoelige objecten af gericht staat; de knalfrequentie maximaal zes knallen per uur bedraagt; binnen 50 meter van een knalapparaat geen ander knalapparaat staat opgesteld; een knalapparaat elke vijf dagen tenminste 100 meter wordt verplaatst; cumulatie met knalapparaten op andere percelen niet leidt tot ontoelaatbare hinder; een knalapparaat slechts gedurende een maximaal aaneengesloten periode van vier weken op het zelfde perceel mag staan opgesteld of in bedrijf is; van het tijdstip van ingebruikneming van een knalapparaat en de locatie waar deze wordt opgesteld ten minste 24 uur tevoren schriftelijk kennis wordt gegeven bij de gemeente, met behulp van een daartoe vastgesteld formulier. 6.. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in lid 5, onder 10, door terugrekening valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt dit tijdstip geacht te vallen op 12.00 uur op de voorgelegen dag, die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. 7.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of het Vuurwerkbesluit.

Rechtspraak bij dit artikel