Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: de Huisvestingswet; b. besluit: het Huisvestingsbesluit; c. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de woonruimte zich bevindt; d. woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, sub 1b, van de wet bepaalde; e. zelfstandige woonruimte: een woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit afhankelijk is van wezenlijke voorzieningenbuiten die woonruimte; f. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen van buiten die woonruimte; g. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; h. splitsingsvergunning: de vergunning bedoeld in artikel 33 van de wet; i. splitsing: splitsing in appartementsrechten of de verlening van deelnemings- of lidmaatschapsrechten, als bedoeld in artikel 33 eerste en tweede lid van de wet; j. eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2 van de wet bepaalde; k. gemeenschappelijke zaken/gedeelten: voor zover aanwezig worden tot de gemeenschappelijke zaken/gedeelten ondermeer gerekend de funderingen, de dragende muren en de kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk, alsmede de vloeren met uitzondering van de afwerklagen in de privé-gedeelten. De buitengevels, waaronder begrepen de raamkozijnen en het glas, de deuren welke zich in de buitengevel bevinden de scheiding vormen tussen het gemeenschappelijk en het privégedeelte, de balkonconstructies, de borstweringen, de galerijen, de terrassen en de gangen, de daken, de schoorstenen en de ventilatiekanalen, de trappenhuizen en de hellingbanen, het hek- en traliewerk voor zover het geen privé-tuinafscheidingen betreft, alsmede het (standaard) hang- en sluitwerk aan kozijnen welke aan de buitengevel van het gebouw zitten, de technische installaties met de daarbij behorende leidingen, met name voor de centrale verwarming (met inbegrip van radiatoren en radiatorkranen in de privé-gedeelten) en voor luchtbehandeling, de vuilafvoer, de leidingen voor gas en water en verder de hydrofoor, de elektriciteits- en telefoonleidingen, de gemeenschappelijke antenne, de bliksembeveiliging, de liften, de alarminstallatie en de systemen voor oproer en deuropeners, alles voor zover die installaties niet uitsluitend ten dienste van één privé-gedeelte strekken. l. omzetting: het omzetten van een zelfstandige woning in een onzelfstandige woning; m. omzettingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30 lid 1 sub c van de wet n. Algemene Woning Keuring (AWK): een keuring uitgevoerd door een instantie welke is gecertificeerd volgens de Nationale Beoordelingsrichtlijn (BRL) 5014, d.d. 2003-02-01, inhoudende een beschrijving en een beoordeling van de huidige onderhoudstoestand van het gebouw alsmede een beschrijving en een beoordeling van het onderhoudsplan op langere termijn (10 jaar). o. Huisvestingsovereenkomst: een overeenkomst tussen gemeente(n) en een toegelaten instelling, waarin afspraken met betrekking tot woonruimteverdeling zijn vastgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel