**·.** 1. Het besluit tot het verlenen, weigeren dan wel aanhouden van de gevraagde splitsingsvergunning wordt op naam gesteld van de aanvrager.
**·.** 2. Een door of namens het college gewaarmerkte kopie van de overgelegde bescheiden wordt gevoegd bij en maakt deel uit van het besluit.
**·.** 3. Het college kan een splitsingsvergunning weigeren indien:
a. het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, een of meer woonruimten bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn geweest, dan wel, indien het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, voorzover het geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd met de voorschriften van een bestemmingsplan of met enig wettelijk voorschrift geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen, en;
b. niet is gewaarborgd dat die woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijven voor het verhuur ter bewoning, en;
c. het belang dat de aanvrager bij de splitsing heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad (kernvoorraad t.b.v. de huisvesting van de aandachtsgroepen);
d. de gemeenschappelijke zaken niet overeenstemmen met de beschrijving in artikel 9 van het "Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten" van 1 mei 2005 (uitgave van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie);
e. uit het advies van een instantie welke gecertificeerd is volgens de BRL 5014 d.d. 2003-02-01, inhoudende een Algemene Woning Keuring blijkt dat het gebouw of één van de onderdelen van het gebouw een conditie heeft die overeenkomt met een conditie 4, 5 of 6, genoemd bijlage IV van de Nationale beoordelingsrichtlijn 5014 d.d. 2003-02-01 inzake Algemene Woning Keuring.
**·.** 4. Bij de beoordeling van het belang van het behoud voor de woonruimtevoorraad worden mede de ligging en de te verwachten vraag naar de in het betreffende gebouw of de in een gedeelte van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft opgenomen woonruimten, betrokken.
**·.** 5. Het college kan een splitsingvergunning weigeren indien:
a. redelijkerwijs mag worden verwacht dat de uitvoering van sanerings-, reconstructie- of verbeteringsplannen door het afgeven van de vergunningen de mogelijk daaraan verbonden rechtsgevolgen nadelig kan worden beïnvloed, mits voor dat de aanvraag om vergunning is ingekomen voor het gebied waarin het gebouw is gelegen een ontwerp van een bestemmingsplan of een herziening daarvan ter inzage is gelegd of een bestemmingsplan van kracht is, waarin bedoelde plannen zijn vervat;
b. het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft,is gelegen binnen een gebied dat is aangewezen als stadsvernieuwingsproject, dan wel is gelegen binnen een gebied dat nog niet als zodanig is aangewezen, maar waarvan aannemelijk is dat het binnen afzienbare termijn als zodanig zal worden aangewezen.
**·.** 6. Het college kan een splitsingsvergunning weigeren indien de toestand van het gebouw of van een gedeelte daarvan zich uit oogpunt van indeling -mede in aanmerking genomen het in artikel 3 van deze verordening bedoelde splitsingsplan - of de staat van onderhoud verzet tegen de splitsing in appartementsrechten of de verlening van deelnemings- of lidmaatschapsrechten als bedoeld in artikel 38 van de Huisvestingswet. Dit is zeker het geval:
**·.** 7. Het college verleent de splitsingsvergunning nadat de voor het verkrijgen van een splitsingsvergunning vereiste voorzieningen, die tegelijk met een beslissing omtrent het verzoek tot splitsingsvergunning schriftelijk aan de aanvrager van een splitsingsvergunning dienen te worden meegedeeld, zijn getroffen.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
- Besluiten op aanvraag splitsingsvergunning
Onderdeel van Partiële regionale huisvestingsverordening 2009 voor het grondgebied van de gemeente Hengelo en Enschede