Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II Bepalingen

Artikel 3

Nevenfuncties

Onderdeel van Gedragscode voor bestuurders

1.. Een bestuurder vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente. 2.. Een bestuurder maakt bij de secretaris melding van al zijn/haar nevenfuncties waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens worden actief openbaar gemaakt en zijn door derden te raadplegen. 3.. De kosten die een bestuurder maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt (q.q.-nevenfunctie), worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend. 4.. De bezoldiging die een bestuurder geniet in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt, of uitgeoefend in reguliere werktijden voor de gemeente, vloeit in de gemeentekas. 5.. Een bestuurder die een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen en de te maken kosten.

Rechtspraak bij dit artikel