Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4.

Artikel 4.3.

Bestemmingsplan en Bouwverordening

Onderdeel van Antennebeleid

Toetsingsgronden voor het verlenen van de bouwvergunning zijn het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening (technische bepalingen en welstand). Gesteld kan worden dat veel bestemmingsplannen het plaatsen van hoge(re) antennes niet (zonder meer) toestaan. Dit wordt overigens mede veroorzaakt vanwege het feit dat veel bestemmingsplannen zijn vastgesteld toen GSM nog niet in beeld was. Bij toetsing aan de Bouwverordening zal met name het welstandsaspect meespelen: voldoet het bouwwerk zowel op zichzelf als in verband met de omgeving en de te verwachten ontwikkelingen daarvan aan redelijke eisen van welstand? Wat dat betreft lijken er dus momenteel voldoende invalshoeken aanwezig te zijn om de plaatsing van dit soort installaties (op ongewenste plaatsen) tegen te gaan. Dat is de ene kant van de medaille. De andere kant van de medaille is dat deze bestemmingsplannen dus volgens huidige inzichten ook onvoldoende of geen mogelijkheden bieden antennes toe te staan op plaatsen die wel voor plaatsing aanvaardbaar worden geacht. In dit opzicht kan artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) worden genoemd. Dit artikel regelt het recht op vrije meningsuiting en is in zoverre van toepassing op telecommunicatie, dat een algemeen verbod in een bestemmingsplan om antenne-installaties op te richten zich in beginsel niet met dit artikel verdraagt. Beperkingen ten behoeve van de bescherming van openbare belangen (welstand) en belangen van anderen en in het bijzonder omwonenden zijn toelaatbaar. Het met succes een beroep doen op dit artikel kan betekenen dat er antennes komen op door de gemeente ongewenste plaatsen. Dit kan met een duidelijk en kenbaar beleid - dat ook in bestemmingsplannen zal moeten worden opgenomen - worden voorkomen.

Rechtspraak bij dit artikel