1.In deze verordening wordt verstaan onder:
a.De wet
:
De Wet werk en bijstand;
b.Raad
:
De gemeenteraad van Boekel;
c.College
:
Het college van burgemeester en wethouders;
d.Uitkeringsgerechtigden
:
Personen met een uitkering ingevolge de Wet Werk en
Bijstand (WWB), de IOAW of de IOAZ;
e.Anw-ers
:
Personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering
op grond van de Algemene nabestaandenwet die
ingeschreven zijn bij het UWV WERKbedrijf;
f.Nuggers
:
Niet-uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel
6, onderdeel a, van de wet;
g.Doelgroep
:
Personen, die hun woonplaats hebben in gemeente
Boekel en aan wie op grond van artikel 7, eerste
lid, onderdeel a, van de wet, op grond van artikel
34 van de IOAW of op grond van artikel 34 van de
IOAZ, door het college ondersteuning kan worden
geboden;
h.Voorliggende voorziening
:
Een voorziening zoals bedoeld in artikel 5 onder e.
van de wet;
i.Voorziening
:
Een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste
lid, onderdeel a van de Wet en artikel 34 eerste lid
onder a. van de IOAW en IOAZ, waaronder begrepen
wordt elke vorm van ondersteuning die het college
voor een belanghebbende in kan zetten ten behoeve
van de arbeidsinpassing of sociale activering van de
onder zijn verantwoordelijkheid vallende
doelgroepen;
j.Ondersteuning
:
Ondersteuning als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
onderdeel a. van de wet en artikel 34 eerstel id
onder a. van de IOAW en IOAZ;
k.IOAW
:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
l.IOAZ
:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
m.WIJ
:
Wet investeren in jongeren;
n.WW
:
Werkloosheidsweg;
o.Wia
:
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
p.Wajong
:
Wet arbeidsongeschiktsheidsvoorziening
jonggehandicapten;
q.UWV
:
Uitvoerder van de WW, WAO, WIA, Ziektewet, Wajong en
Waz;
r.Belanghebbende
:
Degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken;
s.Werknemers in
s. gesubsidieerde arbeid
:
Personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van
de wet;
t.Subsidie
:
De aanspraak op financiële middelen, door een
bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde
activiteiten van de aanvrager anders dan de betaling
voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of
diensten;
u.Premie
:
Financiële beloning ter bevordering van
arbeidsinschakeling;
v.Bijstandsnorm
:
De norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
wet;
w.Algemeen geaccepteerde
w. arbeid
:
Alle arbeid, niet zijnde arbeid in het kader van de
Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen
de openbare orde of goede zeden;
x.Startkwalificatie
:
Een diploma als bedoeld in artikel 1 onderdeel d,
van de wet;
y.Participatieplaats
:
Tijdelijke, onbeloonde en additionele werkzaamheden
in de zin van artikel 10a van de wet die met behoud
van uitkering kunnen worden verricht door personen
die vooralsnog niet bemiddelbaar zijn op de
arbeidsmarkt;
z.Sociale activering
:
De definitie zoals bedoeld in artikel 6 lid 1
onderdeel c van de wet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
– Begripsbepalingen
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2011