Het college kan aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.
Beleidsregel:
Uitgangspunt is dat de in de vorm van een geldlening verstrekte bijstand volledig terugbetaald moet worden. Bij bedragen die uitstijgen boven de voor een belanghebbende geldende jaarnorm van bijstand, wordt, afhankelijk van het soort goed, als verplichting opgelegd dat medewerking wordt verleend aan het vestigen van een pand- of hypotheekrecht. Het college is bevoegd bij de vestiging van krediethypotheek om tevens wettelijke rente op te leggen.
Het college houdt vast aan het bestaande beleid dat het verstrekken van een uitkering aan mensen die een eigen woning bewonen (van een zekere waarde) gepaard dient te gaan met de vestiging van een krediethypotheek (artikel 20 Abw c.a. Besluit krediethypotheek bijstand). In de Wwb is de verplichting tot vestiging van krediethypotheek komen te vervallen. In de nieuwe wet is het verworden tot een mogelijkheid voor de gemeente.
Nu het (vooralsnog) wenselijk wordt geacht om door te blijven gaan met het vestigen van hypotheken ter meerdere zekerheid voor de gemeente, wordt voorgesteld om per 1 januari 2004 de beleidsregel “Vestiging krediethypotheek” vast te stellen, inhoudelijk volledig gelijk aan de huidige regelgeving conform artikel 20 lid 1 t/m 7 Abw met uitzondering van lid 3 van deze bepaling jo. het Besluit krediethypotheek bijstand, zij het met de wettelijk verplichte vermogensvrijlating ad € 42.000,- voor onroerend goed als bedoeld in artikel 34 lid 2 sub d WWB.