Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 8.

Einde en aanvang lidmaatschap algemeen bestuur.

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling "Reinigingsdienst Maasland"

1.. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag, waarop de zittingsperiode van de raden der deelnemende gemeenten afloopt. 2.. De raden van de deelnemende gemeenten beslissen uiterlijk in de tweede vergadering van elke nieuwe zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe leden van het algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen terstond weer opnieuw als lid worden aangewezen. Zij blijven hun functies waarnemen tot het tijdstip, waarop hun opvolgers de functies hebben aanvaard. 3.. Indien tussentijds een zetel in het algemeen bestuur vacant is geworden, wijst de gemeenteraad die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering een ander lid aan ter voorziening in de vacature. 4.. De raden van de gemeenten zijn bevoegd de door hen in het Algemeen Bestuur benoemde leden tussentijds ontslag te verlenen, indien zij het vertrouwen van de raad niet meer bezitten.

Rechtspraak bij dit artikel