Naar hoofdinhoud

Artikel I

Artikel I

Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering gemeente Deurne

Richtlijn B109 wordt als volgt ingevuld: De looptijd van de leenbijstand is in beginsel 3 jaar of, bij niet volledige voldoening aan de aflossingsplicht, zoveel langer als nodig is voor de terugbetaling van 36 volledige maanden. Wanneer er na de aflossing van 36 volledig betaalde maandelijkse aflossingsbedragen nog een restant bestaat, dan wordt dit omgezet in bijstand om niet. Indien de betalingsplichtige de aflossingsverplichtingen herhaaldelijk niet nakomt, wordt het gehele restantbedrag van de leenbijstand middels een beschikking ineens teruggevorderd. Zie hierover de Beleidsregels opschorting, herziening, intrekking, terugvordering en invordering Wet werk en bijstand (WWB), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Uitvoeringsvoorschriften invordering ten onrechte verleende bijstand ingevolge de WWB en uitkering ingevolge de IOAW en IOAZ in richtlijn B125. Indien de leenbijstand op grond van artikel 48, tweede lid WWB is verstrekt, gelden de volgende regels: aflossing dient te geschieden op het moment dat de middelen worden ontvangen, en; aflossing dient te gescheiden tot het bedrag dat de middelen voor de bijstand in aanmerking moeten worden genomen. Als hierna nog een deel van de geldlening resteert wordt dit omgezet in bijstand om niet, tenzij de belanghebbende verwijtbaar minder middelen heeft ontvangen dan waarop hij aanspraak kan maken. Indien leenbijstand gelijktijdig is verstrekt voor meerdere kosten (bijvoorbeeld waarborgsom en inrichtingskosten) kunnen deze leningen voor de duur van de aflossing worden gezien als één totale verstrekking, dit ondanks het feit dat zij administratief afzonderlijk zijn geregistreerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel