**1..** Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze dan wel met andere
munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur
staan aangegeven in werking te stellen.
**2..** Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:
een (motor)voertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
van het parkeren in werking wordt gesteld.
een (motor)voertuig geparkeerd te houden indien de
parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
verstreken.
**3..** Het in het tweede lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de
eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend
voor het parkeren op de betreffende parkeerapparatuurplaatsen, het
motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van een vergunning en
niet gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden
voorwaarden.
**4..** Het in het tweede lid vervatte verbod is niet van toepassing op
parkeerapparatuurplaatsen waar op grond van de vigerende
parkeerbelastingverordening naheffingsaanslagen worden opgelegd
wegens het niet betalen van verschuldigd parkeergeld.
Afdeling III
Artikel 21
Verbodsbepaling gebruik parkeerapparatuurplaats en -apparatuur
Onderdeel van Parkeerverordening Breda 2007