Naar hoofdinhoud

Afdeling II

Artikel 4

Basisvergunningen huishoudens

Onderdeel van Parkeerverordening Breda 2007

1.. Een huishouden komt in aanmerking voor maximaal één basisvergunning, geldig binnen een conform artikel 3 aangewezen vergunninggebied, indien aan de volgende voorwaarden voldaan wordt: de aanvrager uit dat huishouden staat ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens van de gemeente als bewoner van dat huishouden binnen het betreffende vergunninggebied; of de aanvrager uit dat huishouden staat ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens van de gemeente als bewoner van dat huishouden in het gedeelte Stadshart dat conform art. 2, lid 2, hiertoe door het college is aangewezen; én de aanvrager uit dat huishouden eigenaar of houder is van een motorvoertuig, op welk kenteken de vergunning afgegeven wordt, of eigenaar of houder is van een brommobiel; én de aanvrager uit dat huishouden woonachtig is in een woning waartoe geen eigen parkeergelegenheid behoort danwel wanneer deze aanvrager niet kan of had kunnen beschikken over eigen parkeergelegenheid. 2.. Indien een aanvrager conform het bepaalde in lid 1 in aanmerking komt voor een basisvergunning, kan het college deze vergunning verlenen indien de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel van het college toelaat. 3.. Indien een aanvrager conform het bepaalde in lid 2 in aanmerking komt voor een basisvergunning en deze vergunning niet verleend wordt omdat de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel van het college niet toelaat, wordt deze aanvrager op een wachtlijst geplaatst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel