Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 10.4

Artikel 10 EVRM, artikel 19 IVBP en artikel 7 Grondweg

Onderdeel van Beleidsnota “Permanente Reclame”

De bescherming van het recht op vrije meningsuiting strekt zich in de artikelen 10 EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden) en 19 IVBP (Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten) mede uit tot reclame.Het is nog de vraag of artikel 10 EVRM ook toeziet op zuivere handelsreclame. De Hoge Raad heeft dit in algemene zin uitgesproken43, maar het Europese Hof heeft nog geen eenduidige uitspraak gedaan44. Op basis van de arresten van het Europese Hof mogen we uitgaan van een bescherming van commerciële /handelsreclame, maar deze gaat minder ver dan bij zogenaamde ideële reclame. De beperkingen moeten noodzakelijk zijn om wanordelijkheden te voorkomen en de rechten van derden te beschermen45. Het voorgaande betekent dat zolang niet in een absoluut verbod, te absolute beperkingen of een restrictief beleid is voorzien en er een duidelijke noodzaak voor de beperkingen bestaat, zodanig dat er feitelijk een mogelijkheid van enige betekenis van het middel van bekendmaking overblijft, het vergunningenstelsel op grond van artikel 4.4.2 APV houdbaar lijkt.Door hantering van het begrip handelsreclame is een duidelijke afbakening gegeven ten opzichte van ideële reclame valt dus niet onder de vergunningsplicht. Dit zou in strijd zijn met de vrijheid van meningsuiting van artikel 7 van de Grondwet. Ideële reclame is overigens wel onderworpen aan repressief toezicht op grond van het bepaalde in artikel 2.1.5.1 derde lid APV.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel