Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Algemene richtlijnen

Onderdeel van Beleidsnota “Permanente Reclame”

Deze Algemene Richtlijnen gelden ongeacht het gebied of de reclamevorm. Ze vormen de basis bij de beoordeling van de vergunningaanvraag en handhaving van buitensporigheden.Functioneel/technisch het reclameobject houdt rechtstreeks verband met de activiteiten die in het pand of op het perceel plaatsvinden.5, een reclameobject moet vervaardigd zijn van deugdelijk en weersbestendig materiaal; (verkeers)hinder erg mag geen sprake zijn van overlast voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerend goed. Ten aanzien van verlichte reclameobjecten wordt bepaald, dat de lampen in het reclameobject tussen 23.00 uur en 08.00 uur uitgeschakeld dienen te zijn; voor horecabedrijven geldt, dat reclameobjecten tot een half uur na sluitingstijd mogen worden verlicht; gevelreclameobjecten uitgevoerd in neon zijn slechts toegestaan wanneer deze vanwege de felle uitstraling niet storend of hinderlijk zijn voor de omgeving; er mag geen sprake zijn van uitzichtbelemmering (hoek- en in-/uitritsituaties); Uiterlijke verschijningsvormen (welstandscriteria) Een reclameobject dient bij voorkeur een verrijking te zijn van de gevel of openbare ruimte,of ten minste voor wat betreft de plaatsing, de kleurstelling, het materiaalgebruik en/of detaillering, niet ontsierend zijn voor het gevelbeeld en geen afbreuk doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte; de vormgeving, afmetingen en kleuren moeten afgestemd zijn op het karakter van de directe omgeving. Mag niet ontsierend zijn voor het gevelbeeld. De samenhang en structuur van de gevel dienen behouden te blijven (geen scheiding winkelpui en verdieping); de vormgeving, afmetingen, kleuren en plaatsing moeten op de gevel (opzet) afgestemd zijn, mag niet ontsierend zijn voor het gevelbeeld. De samenhang en structuur van de gevel dienen behouden te blijven (geen scheiding winkelpui en verdieping); reclameobjecten dienen op zich een eigen kwaliteit te hebben qua vormgeving, Materiaaltoepassing, kleurstelling, typografie, verlichting en bevestiging; bij nieuwbouw dient het reclameobject geïntegreerd te worden in het ontwerp. Hierdoor is de kans op ontsiering van de gevel door later aangebrachte reclame kleiner; bij bestaande bebouwing is de bestaande samenhang en ritmiek van de gevel en straatwand essentieel voor een passende reclame. Indien de (historische) architectuur van bestaande bebouwing voorziet in specifieke reclamemogelijkheden, zoals velden tussen raamkozijnen en raambogen, zijn dat de aangewezen plaatsen waar reclame-uitingen aangebracht dienen te worden; indien er sprake is van meerdere reclameobjecten, dienen deze in een eenduidige vormgeving uitgevoerd te worden; gevelreclame bestaande uit losse letters mogen slechts één regel bevatten; tot behoud van aanwezige gevelsymmetrie kan bij wijze van uitzondering een vergunning worden verleend voor meer gevelreclameobjecten, dan in de Gebiedsgerichte Richtlijnen genoemde aantallen;Plaats van reclame voor gevelreclameobjecten geldt dat deze zich moeten bevinden in de strook boven de winkelpui (of het raam op de benedenverdieping) en onder het raam van de verdieping; reclame op daken is niet toegestaan; voor panden met een luifel geldt dat reclameobjecten zowel onder de aanwezige luifel 6 Als tegen een luifel7 mag worden geplaatst. Reclame op een luifel is in verband metmogelijke overlast voor de bovengelegen woningen niet toegestaan. Indien plaatsing van reclameborden op de luifel niet hinderlijk is, is dit bij uitzondering toegestaan. Reclame tegen de luifel dient altijd plat tegen de luifel8 en binnen de contouren van de luifel te worden aangebracht. Een en ander geldt voor zover aan de hiervoor genoemde voorwaarden ten aanzien van de bevestigingshoogte kan worden voldaan; het aanbrengen van reclameobjecten tegen zij- of achtergevels is in beginsel niet toegestaan. Deze beperking geldt niet voor bedrijventerreinen en sportterreinen. Indien sprake is van een hoekpand kan een uitzondering gemaakt worden voor het benutten van de zijgevel. Bij tussenpanden met een achterzijde gelegen aan de weg, en met entree voor publiek, kan een uitzondering worden gemaakt voor het benutten van de achterzijde, dit geldt ook voor tussenpanden met aan de achterzijde een openbare parkeerplaats; Voor ondernemingen die voornamelijk in de avonduren geopend zijn, kan worden afgeweken van punt 3 van de Algemene Richtlijnen. Deze afwijking kan worden gekoppeld aan de openingstijden van de onderneming, mits de belangen van derden zich hiertegen niet in ernstige mate verzetten9.

Rechtspraak bij dit artikel