In de ‘Beschermende stads- en dorpsgezichten’ worden in beginsel alle reclameobjecten als ontoelaatbaar aangemerkt. Om ondernemers in de beschermde stads- en dorpsgezichten niet te benadelen, zijn onder bepaalde voorwaarden de hieronder genoemde reclame-uitingen toegestaan. Deze voorwaarden zijn:
de reclameborden moeten een direct verband hebben met de activiteiten, die de ter plaatse gevestigde ondernemer op dat perceel uitoefent;
een reclameobject moet ten minste voor wat betreft de plaatsing, de kleurstelling, het materiaalgebruik en/of detaillering, niet ontsierend zijn voor het gevelbeeld en geen afbreuk doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte.
Plaatsing van een reclameobject in een beschermd stads- of dorpsgezicht vereist een (lichte) bouwvergunning. In het kader van de vergunningaanvraag zal primair de gemeentelijke monumentencommissie een advies geven over de reclame-uitingen. Indien de gemeentelijke monumentencommissie akkoord is met het bouwplan, dan zal de Welstandscommissie nog een oordeel geven op basis van de Algemene Richtlijnen uit deze beleidsnota. In de praktijk zal dit betekenen dat de aanvragen individueel worden bekeken, om zo de kwaliteit van de openbare ruimte en het gevelbeeld te kunnen waarborgen. Dit type gebied leent zich niet voor een gestandaardiseerde norm (met maximaal toegestane maten, maximale hoeveelheden reclame-uitingen, et cetera).
Hoofdstuk 5
Artikel 5.5
Beschermde stads- en dorpsgezichten
Onderdeel van Beleidsnota “Permanente Reclame”