**1..** Het recht genoemd in artikel 11, tweede lid, onderdeel a, is
verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dat later is,
bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** De overige rechten genoemd in artikel 11, tweede lid, worden
verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van
het gebruik van de gemeentebezittingen, werken of inrichtingen.
**3..** Indien met betrekking tot het recht genoemd in artikel 11, tweede lid,
onderdeel a, de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van
het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar na de aanvang
van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
**4..** Indien met betrekking tot het recht genoemd in artikel 11, tweede lid,
onderdeel a, de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt
bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het
voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar na het einde van de
belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
**5..** Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist naar een ander
bedrijfspand en de dienstverlening naar aard en omvang ongewijzigd
blijft.
Hoofdstuk III
Artikel 17.
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang.
Onderdeel van Verordening reinigingsheffingen 2012.