Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
begraafplaats:
elk in de gemeente Eindhoven als gemeentelijke begraafplaats aangewezen terrein;
bijzonder graf:
een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van een begraafplaats, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht tot begraven wordt verleend voor 30 jaren, welk recht op verzoek voor telkens niet langer dan 10 jaren kan worden verlengd;
graf:
een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van een begraafplaats, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaren, welk recht op verzoek voor telkens niet langer dan 10 jaren kan worden verlengd;
kindergraf:
een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van een begraafplaats, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaren, welk recht op verzoek voor telkens niet langer dan 10 jaren kan worden verlengd;
graf op het urnenveld:
een graf op het voor urnenveld bestemde gedeelte van een begraafplaats, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht tot het plaatsen van een urn wordt verleend voor 20 jaren, welk recht op verzoek voor telkens niet langer dan 10 jaren kan worden verlengd;
columbarium:
een bouwwerk, waarin urnen in aparte elementen worden geplaatst, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht tot het plaatsen van een urn wordt verleend voor 20 jaren, welk recht op verzoek telkens voor niet langer dan 10 jaren kan worden verlengd;
urnentuin:
een speciaal ingerichte tuin, waarin urnen bovengronds worden geplaatst, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht tot het plaatsen van een urn wordt verleend voor 20 jaren, welk recht op verzoek telkens voor niet langer dan 10 jaren kan worden verlengd;
asverstrooiingsplaats:
een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid;
asbus:
een gesloten bus, bevattende de as van een lijk, als bedoeld in het Crematiebesluit;
grafteken:
op graven aanwezige kruisen, zerken en andere gedenktekenen.
urn:
een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen.