Onder de term 'zeer ernstige misdragingen' kunnen diverse vormen van agressie worden verstaan, zij het dat er sprake moet zijn van verwijtbaarheid en van gedrag dat in het normale menselijke verkeer in alle gevallen als onacceptabel wordt beschouwd. Een wegens dergelijk gedrag opgelegde verlaging van de inkomensvoorziening dient te worden aangemerkt als punitieve (bestraffende) sanctie. Op het College rust de bewijslast om voldoende aannemelijk te maken dat van agressie in de zin van de genoemde bepaling sprake is geweest. Er kan alleen een maatregel worden opgelegd indien er een verband bestaat tussen de ernstige misdraging en (mogelijke) belemmeringen voor de gemeente bij het vaststellen van het recht op een werkleeraanbod en/of inkomensvoorziening. Vandaar dat in dit artikel wordt bepaald dat de zeer ernstige misdragingen moeten hebben plaatsgevonden onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet. Dit betekent dat alleen (zeer) agressief gedrag tegenover leden van het college of zijn ambtenaren aanleiding zijn voor het opleggen van een maatregel. Bezondigt de jongere zich herhaaldelijk een zeer ernstige misdragingen, dan kan het college de jongere tijdelijk uitsluiten van het recht op een werkleeraanbod. Een dergelijk besluit moet uiterlijk binnen een maand heroverwogen worden
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1
Artikel 3.9.2
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Verordening investeren in jongeren