Naar hoofdinhoud

Artikel 5:

Inhoud saneringsplan

Onderdeel van Verordening bodemsanering 2009

1. Onverminderd de eisen, die op grond van artikel 39, eerste lid, van de Wbb en artikel 4 van deze verordening aan het saneringsplan worden gesteld, worden in het saneringsplan de gegevens vermeld die zijn opgenomen in bijlage 1 van deze verordening. 2. Onverminderd artikel 39, eerste lid, van de Wet kan het vermelden in het saneringsplan van gegevens, als bedoeld in het eerste lid achterwege blijven, indien naar het oordeel van het college: bij de indiening van het plan duidelijk is aangegeven welke gegevens ontbreken; deugdelijk gemotiveerd wordt aangegeven waarom die gegevens ontbreken, en die gegevens niet noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het saneringsplan. 3. Een saneringsplan is maximaal 4 jaar geldig vanaf de dag waarop door het bevoegd gezag is ingestemd met het saneringsplan. Het bevoegd gezag kan, op grond van representativiteit van de gegevens, besluiten tot een andere termijn. Indien na 4 jaar nog geen aanvang is gemaakt met de feitelijke sanering, moet in ieder geval worden overlegd met het bevoegd gezag in hoeverre er een actualisatie onderzoek moet plaatsvinden naar de verontreinigingsituatie. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop dit actualisatie onderzoek moet plaatsvinden. 4. Bij de instemming op het saneringsplan kan het bevoegd gezag besluiten dat, indien de grondwatersanering langer duurt dan de grondsanering, twee afzonderlijke saneringsverslagen moeten worden ingediend, waarbij eerst wordt gerapporteerd over de sanering van de grond en – op een later tijdstip – over de sanering van het grondwater.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel