**1.** Onverminderd de eisen, die op grond van artikel 39, eerste lid, van de
Wbb en artikel 4 van deze verordening aan het
saneringsplan worden gesteld, worden in het
saneringsplan de gegevens vermeld die zijn opgenomen in
bijlage 1 van deze verordening.
**2.** Onverminderd artikel 39, eerste lid, van de Wet kan
het vermelden in het saneringsplan van gegevens, als
bedoeld in het eerste lid achterwege blijven, indien naar het oordeel
van het college:
bij de indiening van het plan duidelijk is aangegeven welke
gegevens ontbreken;
deugdelijk gemotiveerd wordt aangegeven waarom die gegevens
ontbreken, en
die gegevens niet noodzakelijk zijn voor de beoordeling van
het saneringsplan.
**3.** Een saneringsplan is maximaal 4 jaar geldig vanaf de
dag waarop door het bevoegd gezag is ingestemd met
het saneringsplan. Het bevoegd
gezag kan, op grond van representativiteit van de
gegevens, besluiten tot een andere termijn. Indien na 4 jaar nog geen
aanvang is gemaakt met de feitelijke sanering, moet in ieder geval
worden overlegd met het bevoegd gezag in hoeverre er
een actualisatie onderzoek moet plaatsvinden naar de
verontreinigingsituatie. Het bevoegd gezag kan nadere
eisen stellen aan de wijze waarop dit actualisatie onderzoek moet
plaatsvinden.
**4.** Bij de instemming op het saneringsplan kan
het bevoegd gezag besluiten dat, indien de
grondwatersanering langer duurt dan de grondsanering, twee afzonderlijke
saneringsverslagen moeten worden ingediend, waarbij eerst wordt
gerapporteerd over de sanering van de grond en – op een later tijdstip –
over de sanering van het grondwater.