De subsidieontvanger dient bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een verslag in bij het college waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht overeenkomstig de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden:
a. bij een eenmalige subsidie: uiterlijk zes weken na uitvoering/afronding van de activiteiten;
b. bij een jaarlijkse subsidie: uiterlijk op 1 september in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verstrekt, respectievelijk vijf maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt.
Hoofdstuk 7
Artikel 16
Verantwoording subsidies tot € 5.000,=
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Maassluis 2011