In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:a. Binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip;b. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis;c. communicatievaren: tegen vergoeding vervoeren van personen van en naar zeeschepen;d. Exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip;e. Gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming ofstraling kunnen opleveren, zoals vermeld in de International Maritime Dangerous Goods Code, de(International) Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals inBulk, de (International) Code for the Construction and Equipment of ships carrying Liquefied Gassesin Bulk van de Internationale Maritieme Organisatie of het Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren (ADN), met uitzondering vaneetbare oliën;f. Haven: wateren binnen de gemeente die voor de scheepvaart openstaan, met uitzondering van deNieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg;g. Havenmeester: de havenmeester van Maassluis;h. Historisch schip: een vaartuig dat als historisch schip is aangewezen op grond van de beleidsregels in de nota Havenbeleid 2005;i. Kapitein: degene die de feitelijke leiding over een zeeschip voert;j. Ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na lading of lossing en morsingen;k. Ontvangstvoorziening: voorziening geschikt voor de ontvangst van scheepsafval, overige schadelijkestoffen of restanten van schadelijke stoffen;l. Pleziervaartuig: een schip dat hoofdzakelijk of nagenoeg geheel bestemd of gebruikt wordt voorrecreatie (niet zijnde bedrijfsvervoer en niet tegen betaling), sportbeoefening of vrijetijdsbesteding,waaronder begrepen vlotten, zeilplanken en soortgelijke drijvende voorwerpen;m. Scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde ladingresiduen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en dat valt onder de reikwijdte van bijlagen I, IV, Ven VI van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, evenalsladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van de lading als afval overblijft, waaronder in ieder geval begrepen wordt stuwmateriaal, schoorpalen,laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad of stalen banden;n. Schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting;o. Schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert;p. Spudpaal: voorziening waarmee een schip zichzelf in de onderwaterbodem kan verankeren door middel van verticale meerpalen waarmee het schip zelf is uitgerust en waarmee gewerkt wordtbinnen de haven van Maassluis;q. Tankschip: zee- of binnenschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten;r. Toestemming: vergunning, aanwijzing, erkenning, ontheffing of vrijstelling op grond van of krachtens deze verordening;s. Woonconcentratie: een groep van zich bij elkaar op het land bevindende woningen;t. Woonschip: een schip, uitsluitend of in hoofdzaak als woning gebezigd of tot woning bestemd;u. Zeeschip: schip dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of dat volgens zijn constructie voor de vaart ter zee is bestemd en elk schip dat is voorzien van een document - afgegeven door het bevoegdegezag van het land waar het schip is ingeschreven - waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1
Artikel 1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Havenbeheersverordening Maassluis 2011