1. Het is een ieder verboden voorzieningen of voorwerpen in, op, onder of boven water te hebben, teplaatsen of aan te brengen, indien daardoor gevaar, schade of hinder kan ontstaan.2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien het betreft het hebben, plaatsen of aanbrengen van scheepstoebehoren en voorzieningen die dienen, en als zodanig in gebruik zijn, om een schip te laden en te lossen.3. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 3
Artikel 3.3
Voorzieningen in de haven
Onderdeel van Havenbeheersverordening Maassluis 2011