In artikel 1 worden de begripsbepalingen aangegeven. De begrippenlijst is uitgebreid om te voorkomen dat onnodige discussie kan ontstaan over de betekenis van bepaalde begrippen. Voor de uitleg van de bepalingen in de aansluitverordening gelden de begrippen van artikel 1. a. Omdat het aansluitpunt de scheidingslijn vormt tussen de beheerverantwoordelijkheid van de gemeente en de beheerverantwoordelijkheid van de rechthebbende, is het belangrijk dat een duidelijke definitie wordt gegeven van het aansluitpunt die ook goed past bij de situatie in de gemeente. In de gemeente liggen verschillende typen rioolstelsels. In artikel 1 worden daarom drie varianten van een aansluitpunt aangeduid, namelijk één voor de aansluitingen op de gemengde en gescheiden stelsels, één voor de aansluitingen in het buitengebied op de drukriolering en één voor de aansluitingen op de IBA’s. Indien er sprake is van een aansluitblok op het openbaar riool, dan maakt het aansluitblok onderdeel uit van het particulier riool. Dit betekent dat het aansluitblok onder de beheerverantwoordelijkheid van de particulier valt. c. Deze definitie is ontleend aan de Wet milieubeheer. In het kader van deze verordening wordt onder het begrip ‘afvalwater’ verstaan: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, proceswater, grondwater, bronneringswater, drainagewater en hemelwater. i. Een verzamelleiding maakt in principe deel uit van het openbaar riool, mits de verzamelleiding in eigendom en beheer is bij de gemeente. In de praktijk komt het echter voor dat een verzamelleiding bijvoorbeeld op grond van een overeenkomst in beheer is bij een particulier. Indien een verzamelleiding in beheer is bij de particulier, valt die verzamelleiding niet onder de reikwijdte van de definitie ‘openbaar riool’. De verzamelleiding valt dan onder de verantwoordelijkheid van de particulier. Hetzelfde geldt overigens ook voor (vuilwater)pompen die in beheer zijn van de particulier. j. Deze leiding betreft de zogenaamde particuliere rioolhuisaansluiting. In de paragrafen 3.8.1 en 3.8.2 van het Bouwbesluit 2003 wordt onder andere bepaald dat zowel een te bouwen bouwwerk als een bestaand bouwwerk een zodanige voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliën heeft dat een voor de gezondheid nadelige situatie wordt voorkomen. De huisaansluiting is dus de leiding tussen een dergelijke voorziening en het aansluitpunt. Indien in de huisaansluiting tevens een ontstoppingsstuk aanwezig is, maakt dit ontstoppingsstuk onderdeel uit van de huisaansluiting. Een ontstoppingsstuk is een voorziening in de aansluitleiding als tussenstuk ter verzekering van de goede werking of de goede staat van het openbaar riool, dan wel ter voorkoming van hinder voor andere aangeslotenen aan het openbaar riool, ingeval de hoeveelheid of de aard van de af te voeren stoffen daartoe aanleiding geeft. k. De rechthebbende is de (rechts)persoon die bevoegd is een (te wijzigen) aansluiting op het openbaar riool aan te vragen. Als rechthebbende wordt niet alleen aangemerkt de pandeigenaar, maar ook bijvoorbeeld de zakelijke gerechtigde van een aan te sluiten perceel. Ook de rechtsopvolger van deze eigenaar of zakelijk gerechtigde wordt aangemerkt als rechthebbende.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1.3
Artikel 1
Nieuw Artikel
Onderdeel van Aansluitverordening riolering gemeente Maassluis