Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 3

Samenstelling

Onderdeel van Verordening klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen.

1. a. een vertegenwoordiger vanuit of namens het Managementteam of een door hem/haar aan te wijzen plaatsvervanger;b. een deskundige met kennis van emotionele aspecten van ongewenste omgangsvormen;c. een in overleg met de werknemersvertegenwoordiging van de commissie voor het G.O. en gehoord de MC/OR aan te wijzen ambtenaar. 2. de in lid 1 onder b. en c. genoemde leden alsmede voor elk van hen een plaatsvervanger worden benoemd door het college van B&W. 3. Zowel vrouwen als mannen zullen zitting nemen in de commissie. 4. Als secretaris treedt op een, op voordracht van de leden van de commissie, door het college van B&W aangewezen ambtenaar. 5. De behandeling van klachten geschiedt in besloten vergadering van de voltallige commissie.

Rechtspraak bij dit artikel