**1.** Burgemeester en wethouders trekken de vergunning voor het innemen van een vaste plaats in:a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 2.10 de vergunning kan worden overgeschreven.
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken:a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;b. indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 2.3 genoemde vereisten voor het toewijzen van een standplaats;c. indien de vergunninghouder niet voldoet aan het bepaalde in artikel 3.2; d. indien de in artikel 3.3, lid 4 genoemde termijn wordt overschreden.
**3.** Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 2.10 is overgeschreven, reedsvergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde markt, wordt dezevergunning ingetrokken.