Aan de ambtenaren, die een functie bekleden waaraan zekere inconveniënten zijnverbonden, kan het bevoegd gezag een toelage toekennen, met dien verstande, dat dezetoelage, afhankelijk van de mate waarin deze inconveniënten in de functie voorkomen,maximaal het in bijlage D2 genoemde bedrag per maand kan bedragen, indien en voorzoverdeze inconveniënten bij de beoordeling van de functie niet of niet voldoende tot uitdrukkingzijn gekomen.