Naar hoofdinhoud
1. De directeur legt verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In deverantwoording geeft hij aan: wat is bereikt; welke goederen en diensten zijn geleverd; wat de kosten zijn; hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen. 2. Het bestuur bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven.

Rechtspraak bij dit artikel