Naar hoofdinhoud
1. Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de gemeentesecretaris ambtelijke bijstand tenzij: a. de bijstand geen betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; b. dit het belang van de gemeente kan schaden; c. dit het werkbaar evenwicht als genoemd in artikel 5 verstoort. 2. De gemeentesecretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. 3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de gemeentesecretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel