Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 8

Garantiecriteria

Onderdeel van Verordening Garantieverlening gemeente Maassluis 2007

1. 1. Om voor verlening van garantie in aanmerking te komen, dient de aanvrager activiteiten te ontplooien die, naar het oordeel van het college, in het belang zijn van de gehele of een deel van de plaatselijke gemeenschap of waarmee in hoofdzaak een Maassluis belang is gediend en dienen, behoudens voorzover er sprake is van een op een specifieke doelgroep gerichte activiteit, de activiteiten open te staan voor alle groeperingen zonder onderscheid naar ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid en mogen de doelstelling en werkwijze van de aanvrager niet strijdig zijn met bepalingen van (inter)nationaal recht, mogen de activiteiten van de instelling in generlei opzicht strijdig zijn met de op grond van internationale verdragen algemeen erkende rechten van de mens. 2. De aanvrager dient aan te kunnen tonen zonder garantiestelling van de gemeente niet in staat te zijn de noodzakelijke lening te verwerven. 3. Verlening van garantie wordt verstrekt voor het creëren van nieuwe of handhaven van maatschappelijk gewenste activiteiten die niet concurrerend zijn met reeds aanwezige voorzieningen. 4. Indien er sprake is van investeringen voor bouw- en inrichtingskosten, dienen deze gebaseerd te zijn op een niveau dat in het algemeen maatschappelijk verkeer als sober kan worden beschouwd. Voorts wordt de waarde van de zelfwerkzaamheid van leden enz. niet in de investeringen meegenomen. 5. De financiële positie en prognoses van de aanvrager zijn zodanig dat rente en aflossing betaald kunnen blijven worden. De prognoses van de bedrijfsvoering van de aanvrager zijn gebaseerd op reële verwachtingen. 6. Zaken van regulier (groot) onderhoud vallen niet onder de reikwijdte van deze verordening; de niet-natuurlijke personen worden geacht hiervoor voorzieningen te treffen.

Rechtspraak bij dit artikel