**A.** Op grond van artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet vordert de gemeente Maassluis haar belastingen in met toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen. De Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, die zijn geschreven voor de invordering van rijksbelastingen wordt in het tweede lid van dit artikel van de Gemeentewet vertaald naar “gemeenteniveau”.
Op grond van artikel 249 van de Gemeentewet blijven bij de invordering van de gemeentelijke belastingen de volgende artikelen van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing: Artikel 5, 20, 21, 59, 62 en 69.Op grond van artikel 249 van de Gemeentewet blijven bovendien de artikelen 7, derde lid en 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing indien de belastingen op andere wijze geheven worden.
De in artikel 231, tweede lid, onderdeel c van de Gemeentewet omschreven “gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen” wordt in de gemeente Maassluis “ambtenaar belast met de invordering” genoemd.
De gemeente Maassluis heeft de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen centraal georganiseerd.• De afdeling Financiën en Control heft onroerendezaakbelastingen, rioolrechten, reinigingsrechten, hondenbelasting, precariobelasting, lijkbezorgingsrechten, leges en ligplaatsgelden.• De afdeling Stadsbeheer heft binnenhavengelden, bruggeld, marktgelden, rechten en diverse leges.• De afdeling Algemene Zaken heft leges burgerzaken.• Het Havenbedrijf Rotterdam N.V. heft zeehavengeld.
Met “aanslag” kan ook de kennisgeving inzake leges worden bedoeld. Leges worden niet geheven bij wege van aanslag, maar worden op andere, in de betreffende verordeningen vermelde wijze geheven. De invordering van de leges geschiedt gelijk aan de invordering van aanslagen.
Met “belastingschuldige” kan ook zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger of de aansprakelijk gestelde worden bedoeld.
Voor verzending van de invorderingsbescheiden wordt gebruik gemaakt van de diensten van T.N.T.-post, tenzij de wet anders voorschrijft.
De hierna volgende beleidsregels en richtlijnen zijn gebaseerd op de genoemde wetten en wetsartikelen, alsmede op de Grondwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Algemene termijnenwet, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Algemene wet op het binnentreden.
In de gevallen waarin deze leidraad niet voorziet, wordt teruggevallen op de “model-leidraad invordering gemeentelijke belastingen” van de VNG.
Deze leidraad heeft betrekking op de bij punt 4 en 5 genoemde belastingen, rekening houdende met de aanwijzingsbesluiten betreffende de belastingheffings- en belastinginvorderingsbevoegdheden van gemeenteambtenaren. Op grond van deze aanwijzingsbesluiten gelden de volgende invorderingsbevoegdheden:
Het hoofd van de afdeling Financiën en Control is aangewezen als ambtenaar belast met de invordering met betrekking tot het gehele invorderingstraject inzake de door de diverse afdelingen geheven belastingen, met uitzondering van het zeehavengeld welke door het Havenbedrijf Rotterdam N.V. wordt geïnd.
De directeur van het Havenbedrijf Rotterdam N.V. is aangewezen als ambtenaar belast met de invordering van zeehavengelden.
**B.** Als een belastingschuld op verschillende wijze kan worden ingevorderd, dient te worden gekozen voor de meest eenvoudige en minst kostbare invorderingsbehandeling, tenzij het belang van de invordering daardoor zou worden geschaad. Derden dienen niet onnodig te worden betrokken bij de invordering. Hoewel de ambtenaar belast met de invordering bij het invorderen van belastingen rekening kan houden met persoonlijke omstandigheden van belastingschuldigen, is zijn taak er in de eerste plaats op gericht om zorg te dragen dat een belastingschuld in de regel binnen de gestelde termijnen wordt voldaan.Algemene Beginselen van Behoorlijk BestuurDe ambtenaar belast met de invordering dient bij het invorderen van belastingen altijd zorgvuldig, tactvol, objectief en correct te handelen. Daarbij dienen de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur als uitgangspunt. Dit geldt in het bijzonder voor de volgende beginselen:• Beginsel van gelijkheid:Soortgelijke gevallen dienen gelijk te worden behandeld;• Motiveringsbeginsel:Handelingen of besluiten dienen deugdelijk te worden gemotiveerd, zodat de belastingschuldige of derde, kennis kan nemen van de beweegredenen en zich tegen de (voorgenomen) handelingen of besluiten kan verweren;• Rechtszekerheid:Als het vertrouwen van de belastingschuldige in een invorderingskwestie wordt opgewekt, wordt dat vertrouwen gehonoreerd;• ZorgvuldigheidDe wettelijke toegekende invorderingsbevoegdheden worden gebruikt overeenkomstig hun bedoeling.Procedure van de dwanginvordering van de gemeente MaassluisDe ambtenaar belast met de invordering tracht voorzover mogelijk de onderstaande volgorde van dwanginvorderingsstappen aan te houden:
Vervaardiging/verzending aanmaning (art. 11 Invorderingswet 1990);
Vervaardiging dwangbevel (art. 12 Invorderingswet 1990);
controle naam/adres/woonplaats (ook na elk retour ontvangen stuk);Indien juist: volgende invorderingsstap;Indien onjuist: verbeterde aanslag met nieuwe dagtekening, nieuwe aanmaning, nieuw dwangbevel enz. (afhankelijk van bijvoorbeeld verhuisdatum) of aansprakelijkstelling (Invorderingswet 1990 art. 32 e.v.);
Betekening dwangbevel per post (art. 13 Invorderingswet 1990) en zo nodig daaraanvolgend betekening hernieuwd bevel tot betaling (art 14 Invorderingswet 1990) of betekening dwangbevel (art. 13 Invorderingswet 1990)
Uitzoeken of werkgever/uitkeringverstrekker bekend is;
Vervaardiging/verzenden waarschuwingsbrief aan belastingschuldige:Hierin staan de mogelijke gevolgen van dwanginvordering vermeld, met een verzoek het verschuldigde binnen twee dagen te betalen.
a. Vervaardiging van vorderingen ex artikel 19 Invorderingswet 1990 (beslag op loon/uitkering). Met betrekking tot de belastingschuldigen van wie de uitkeringverstrekker of de werkgever bekend is;b. Verstrekking dwangbevelen aan de belastingdeurwaarder om dwangbevelen ten uitvoer te leggen (art. 14 Invorderingswet 1990);
Als een vordering ex artikel 19 Invorderingswet 1990 niet mogelijk blijkt in verband met de beslagvrije voet of andere beslagleggers:Verstrekking dwangbevelen aan belastingdeurwaarder om beslag te leggen op de roerende zaken van de belastingschuldige;
Als zowel een beslag op roerende zaken, als een vordering op uitkering/loon niet mogelijk blijkt:
andere mogelijkheden onderzoeken of een vordering ex artikel 19 mogelijk is (huurvordering, vordering op houder van penningen);
trachten het bank- of girorekeningnummer te vinden. Als dit bekend is wordt een derdenbeslag gelegd bij de betreffende bank (art. 475 e.v. Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering).
**C.** In aansluiting op artikel 67 van de Invorderingswet 1990, inzake de geheimhoudingsplicht, mogen geen gegevens van een belastingschuldige worden verstrekt aan derden, tenzij dit voor de invordering van de schuld van betreffende belastingschuldige van belang is.Met het oog op de privacy moet tevens worden zorggedragen voor een situatie waarin het voor derden onmogelijk is om kennis te nemen van gegevens van belastingschuldigen. Dit komt zowel tot uitdrukking op de werkplek als bij aan te bieden invorderingsbescheiden. Indien invorderingsbescheiden niet kunnen worden aangeboden aan de belastingschuldige in persoon, dient gebruik te worden gemaakt van een gesloten envelop.