Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Het dwangbevel

Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke heffingen 2008

Het dwangbevel is op naam gesteld van de natuurlijke- of rechtspersoon die op het aanslagbiljet is vermeld of zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger.Betekening dwangbevelZo spoedig mogelijk na de uitvaardiging van het (hernieuwd) dwangbevel, doch ten laatste 3 maanden na verstrekking aan de belastingdeurwaarder, betekent de belastingdeurwaarder het dwangbevel per post in opdracht van de ambtenaar belast met de invordering. Indien de belastingschuldige een in Nederland gevestigde rechtspersoon betreft, betekent de belastingdeurwaarder te allen tijde aan een persoon, tenzij dit niet mogelijk is. Indien de belastingschuldige een in Nederland wonende natuurlijke persoon betreft, betekent de belastingdeurwaarder het dwangbevel indien mogelijk in persoon. Bij een zakelijk betekenadres wordt het dwangbevel in principe nooit in gesloten envelop gelaten (betekening tijdens openingstijden).Bij een in het buitenland gevestigde belastingschuldige en bij een belastingschuldige waarvan de woon- en verblijfplaats onbekend is , wordt het dwangbevel uitsluitend betekend (aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie) als zich in Nederland voor beslag vatbare zaken en/of bank-, giro- en of spaarsaldi bevinden.Beroep tegen de kosten van betekening en verzet tegen het dwangbevelTegen de kosten van betekening kan binnen zes weken na de dagtekening van het dwangbevel een beroepschrift worden ingediend bij de ambtenaar belast met de invordering. Bij de behandeling van het bezwaarschrift zijn hoofdstuk V en hoofdstuk VIII, afdeling 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.Verzet tegen het betekende dwangbevel (niet tegen de vervolgingskosten of de hoogte van de aanslag!) is mogelijk bij de Arrondissementsrechtbank. Het verzet schorst de invordering. Een beroepschrift en een verzet kunnen niet zijn gegrond op de stelling dat het aanslagbiljet, de aanmaning of het dwangbevel niet is ontvangen.Kosten van betekening dwangbevel verschuldigd / niet verschuldigdGirale betalingen: de betekeningskosten zijn verschuldigd, indien de datum van bijschrijving van het verschuldigde bedrag na de betekeningsdatum van het dwangbevel ligt. Indien aan de belastingdeurwaarder een bewijs van afschrijving van het verschuldigde bedrag inclusief aanmaningskosten wordt getoond, wordt het dwangbevel niet betekend.Indien aan de belastingdeurwaarder een bewijs van afschrijving van het verschuldigde bedrag exclusief aanmaningskosten wordt getoond, wordt het dwangbevel toch betekend voor het bedrag gelijk aan de aanmaningskosten, tenzij er sprake is van overmacht .Kasbetalingen: indien de betekeningsdatum van het dwangbevel voor de datum van de betaling van het verschuldigde bedrag ligt, zijn de explootkosten verschuldigd.Indien de betaling op de betekeningsdatum van het dwangbevel wordt verricht, zijn de kosten verschuldigd als na het tijdstip van betekening wordt betaald. Indien duidelijk blijkt dat er bij de te late betaling geen sprake is van nalatigheid van de belastingschuldige, kan de ambtenaar belast met de invordering beslissen de betekeningskosten af te boeken.Invordering na betekend dwangbevelIndien na de betekening van een dwangbevel het verschuldigde bedrag niet geheel wordt betaald en de invordering is niet geschorst/gestuit, wordt de invordering als volgt voortgezet:Per belastingschuldige wordt uitgezocht of de werkgever/uitkeringsverstrekker bekend is. De dwangbevelen worden gesplitst in drie stapels:1. werkgever/uitkeringsverstrekker niet bekend;2. werkgever/uitkeringsverstrekker is bekend;3. idem, heeft uitkering bij Sociale Zaken en Werkgelegenheid.Hierna vervaardigt de ambtenaar belast met de invordering een waarschuwingsbrief en verzendt deze aan de belastingschuldige. In de waarschuwingsbrief staan de mogelijke gevolgen van dwanginvordering vermeld. Ook wordt in deze brief verzocht het verschuldigde binnen twee dagen te betalen.Vervolgens worden vorderingen ex artikel 19 (zie XII) vervaardigd met betrekking tot de belastingschuldigen van wie de uitkeringsverstrekker of de werkgever bekend is. De overige dwangbevelen worden aan de belastingdeurwaarder verstrekt om deze ten uitvoer te leggen (zie XI). Als zowel een beslag op roerende zaken als een vordering op uitkering/loon niet mogelijk blijkt, worden andere invorderingsmogelijkheden onderzocht, zoals vordering ex artikel 19 op huurder of op houder van penningen of, indien het bank- of gironummer bekend is, een derdenbeslag onder de betreffende bank. (zie XII)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel