**1.** De belastingplichtige die niet binnen zes maanden na afloop van het
belasting jaar of kalenderjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte
of aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of
kalenderjaar een aanslag is opgelegd, dient binnen een maand na afloop
van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van
de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te
dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.n die zes
maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te
dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.
**2.** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar ontstaat dan
wel het aantal honden dat door de belastingplichtige wordt gehouden
wijzigt, moet de belastingplichtige binnen veertien dagen na het
tijdstip waarop de belastingplicht is ontstaan of de wijziging van het
aantal honden heeft plaats gevonden, bij de in artikel 231, tweede lid,
onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk
verzoeken om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.
Artikel 2
Aangifte
Onderdeel van 2013-33 - Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen 2014