Naar hoofdinhoud
1. De verlaging, bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10 procent van de gezinsnorm voor een gezin dat met één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning heeft; 2. In afwijking van het eerste lid wordt de norm niet verlaagd indien: a. de gezinsleden een zorgbehoefte hebben en worden verzorgd door een ander die zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft, b. de gezinsleden een ander die een zorgbehoefte heeft verzorgen en hunhoofdverblijf in dezelfde woning hebben; 3. Voor toepassing van dit artikel worden kinderen van 18 jaar of ouder die voldoen aan het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van de wet niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel