Naar hoofdinhoud
De medewerker kan op zijn verzoek maximaal zijn volledige eindejaarsuitkering inzetten voor een vergoeding in de kosten van woon-werkverkeer. Hierdoor heeft de medewerker een fiscaal voordeel. De medewerker dient schriftelijk te verklaren dat hij voor de vergoeding woon- werkverkeer afstand doet van (een deel van) zijn eindejaarsuitkering. Daartoe dient hij het deelnameformulier "Uitruil eindejaarsuitkering ten behoeve van vergoeding reiskosten woon-werkverkeer” volledig in te vullen en te ondertekenen. Voor de bepaling van het aantal kilometers van het woon-werkverkeer wordt de “kortste route” van het woonadres naar de standplaats berekend via de routeplanner van de ANWB. Hierbij wordt uitgegaan van 214 werkbare dagen per jaar. Of de route al dan niet met een vervoermiddel wordt afgelegd evenals het type vervoermiddel, is niet relevant voor de bepaling van het aantal kilometers. Een print van de berekening van de routeplanner van de ANWB wordt bij de aanvraag bijgevoegd. Om deel te kunnen nemen dient de medewerker tenminste 70% van het aantal werkbare dagen (70% van 214) naar de vaste arbeidsplaats te reizen. Voor medewerkers die minder werken dan vijf dagen per week, wordt voor de berekening van het aantal kilometers uitgegaan van het feitelijk aantal dagen dat per week wordt gereisd naar de standplaats. Voor de berekening wordt geen rekening gehouden met kortstondige ziekte of afwezigheid. Van kortstondige ziekte of afwezigheid is sprake als een afwezigheid van maximaal zes aansluitende weken in redelijkheid is te verwachten. De vergoeding per kilometer is gelijk aan de maximaal onbelaste kilometervergoeding als vastgesteld door de belastingdienst. De vergoeding woon-werkverkeer die de medewerker maandelijks ontvangt bij het salaris wordt in mindering gebracht op het bedrag dat kan worden uitgeruild tegen de eindejaarsuitkering.

Rechtspraak bij dit artikel