Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3 kan het college een vergunning voor een vaste plaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder en/of degene die hem bijstaat:
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;
zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.
Het college geeft geen toepassing aan het eerste lid, dan nadat een mondelinge of een schriftelijke waarschuwing is afgegeven en de vaste standplaatshouder daaraan geen gevolg heeft gegeven.
Hoofdstuk
Artikel 3.2
Intrekking vergunning en schorsing
Onderdeel van Warenmarktverordening Pijnacker-Nootdorp 2011