Vergoeding van opleidingskosten, als bedoeld in de leden 2 en 3 van artikel 17:1:3:1 wordt eerst gegeven, nadat de ambtenaar schriftelijk heeft verklaard, dat hij de uit dien hoofde genoten bedragen zal terugbetalen, indien:
hij de hem ingevolge artikel 17:1:8:1 opgelegde verplichting niet nakomt;
hij de opleiding, waarvoor de vergoeding is verleend, beëindigt voordat de in artikel 17:1:6:1 bedoelde termijn is verstreken zonder dat de opleiding voltooid is en, indien zulks van toepassing is, tot het behalen van een diploma of getuigschrift heeft geleid. Deze terugbetalingsverplichting vervalt indien voorzetting van de opleiding redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd;
de vergoeding wordt gestaakt op grond van artikel 17:1:7:1;
hij op eigen verzoek of ten gevolge van aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen voor het einde van de opleiding waarvoor vergoeding is toegekend;
het een opleiding betreft, zoals bedoel in artikel 17:1:1:1, lid 3 onder a of onder b of artikel 17:1:3:1, lid 3, en hij binnen twee jaren na het voltooien van de opleiding, al dan niet door het behalen van een diploma of getuigschrift, op eigen verzoek of ten gevolge van aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen.
Indien op de datum van ingang van het ontslag van de in het eerste lid, onder e, bedoelde termijn van twee jaren ten minste één jaar is verstreken blijft de verplichting tot terugbetaling beperkt tot 1/24 gedeelte van de genoten bedragen voor iedere volle maand, die aan de termijn van twee jaren ontbreekt.
Het college kan de ambtenaar op zijn verzoek, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, ontheffen van de op hem rustende verplichting tot terugbetaling.