Het ontslag, bedoeld in artikel 8:1, wordt verleend met ingang van de eerste dag van een maand, echter niet binnen een termijn van een maand dan wel later dan drie maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.
Indien de ambtenaar dit verzoekt kan van het bepaalde in het eerste lid worden afgeweken.
Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de ambtenaar aanhangig is of indien overwogen wordt hem in aanmerking te brengen voor disciplinaire straf kan het nemen van een beslissing op een verzoek om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden.