Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12:2:5:1

Vergaderingen

Onderdeel van CAR/UWO

De commissie wordt tijdig, in de regel 14 kalenderdagen tevoren, ter vergadering opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt zoveel mogelijk de te behandelen onderwerpen. Een lid, dat verhinderd is een vergadering bij te wonen, geeft hiervan zodra mogelijk kennis aan zijn plaatsvervanger onder overlegging van de oproeping, agenda en de bijbehorende stukken. Ook geeft hij daarvan kennis aan de voorzitter van het georganiseerd overleg, onder vermelding van de naam van de plaatsvervanger, die op de vergadering zal komen. Elk lid tekent bij zijn komst in de vergadering de presentielijst. Een vergadering kan geen voortgang vinden als van de vertegenwoordigers van de organisaties als bedoeld in artikel 12:1 van de CAR niet minstens één vertegenwoordiger van elk van de opgeroepen organisaties aanwezig is en van de vertegenwoordiging van de gemeente als bedoeld in artikel 12:1:1:1, eerste lid, niet minstens één lid aanwezig is. Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het tweede lid de vergadering niet kan plaatshebben, worden de aan de orde zijnde onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een binnen 14 kalenderdagen te houden nieuwe vergadering. Van deze datum doet hij mededeling aan de niet-verschenen vertegenwoordigers. In deze voortgezette vergadering, waarvoor het tweede lid van dit artikel niet geldt, beraadslagen en besluiten de dan aanwezige leden van het georganiseerd overleg, zulks evenwel uitsluitend over de in de oproep vermelde agendapunten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel