Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1a:1:1:2

Mandaat- sectorhoofden

Onderdeel van CAR/UWO

Voor zover niet anders aangegeven en voorzover niet betrekking hebbend op de functie van sectorhoofd worden de volgende bevoegdheden met inachtneming van gestelde voorwaarden en beperkingen gemandateerd aan het ter zake aan te wijzen sectorhoofd: Het aangaan van een werkstage-overeenkomst als bedoeld in artikel 1:2:2:1 EAR, alsmede het bieden van een aanstelling in het kader van een instapplan als bedoeld in artikel 1:2:3:1 EAR. Aanstelling en indiensttreding als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling met inachtneming van de volgende voorwaarden: . er is formatieve ruimte, er is financiële ruimte, de uitkomsten van functiewaardering zijn formeel vastgesteld; Het samenstellen van selectie- en adviescommissies als bedoeld in artikel 2:2:1:4 EAR. Het voeren van correspondentie inzake sollicitaties waaronder het nemen van besluiten tot afwijzing van sollicitanten. Het toepassen van de artikelen 2:4 en 2:5 CAR, alsmede van artikel 2:4:1 EAR met betrekking tot aanstelling en arbeidsovereenkomst. Het toepassen van het eerste en tweede lid van artikel 2:4:1:1 EAR. Voor zover het om andere werkzaamheden buiten de eigen sector gaat, is het sectorhoofd bevoegd na akkoord van het betrokken sectorhoofd. Het nemen van beslissingen met betrekking tot de aanstellingsomvang als bedoeld in de artikelen 2:7 en 2:7a CAR en direct daarmee samenhangende besluiten. Het aangaan van stageovereenkomsten en vaststellen van de daarin genoemde stagevergoedingen binnen het aanwezige budget en rekening houdend met de geldende beleidsregels. Het op de volgende onderdelen toepassen van de Bezoldigingsregeling 2006 voor zover er financiële ruimte binnen de loonsom aanwezig is: inschaling bij indiensttreding van medewerkers en bij overplaatsing van medewerkers naar een andere functie in de bij de functie behorende schalen als bedoeld in artikel 3 van de Bezoldigingsregeling (artikel 7); bevordering vanuit het maximum van de schaal (artikel 5 en artikel 6 lid 2) het ongedaan maken van een vermindering van bezoldiging of onthouding van een periodieke verhoging als bedoeld in het vierde lid van artikel 8; onthouden van een bevordering vanuit het maximum van de schaal (artikel 5 en artikel 6 lid 2) vervroegde indeling in de uitloopschaal op grond van verdienstelijkheid (artikel 6, lid 3 onder a); vervroegde indeling in de uitloopschaal bij een tweede of volgende keer bereiken van het maximum van de functionele schaal (artikel 6, lid 3 onder c); vervroegde indeling in de uitloopschaal wegens het bereiken van het tijdvak als bedoeld in artikel 6, lid 3 onder d; bevordering vanuit een aanloopschaal of naastlagere aanloopscha(a)l(en) (artikel 4 lid 2 en 3); toekennen en onthouden van periodieken (artikel 8) en het toekennen en onthouden van salarisanciënniteit (Artikel 6 lid 2); toekenning van extra periodieken (artikel 9); bevordering bij wijziging van het functieniveau (artikel 10 lid 3 en verder); toekennen van garanties bij opdragen van andere, lager gewaardeerde functie of wijziging van het functieniveau in negatieve zin (artikel 11 ); het toekennen van gratificaties (artikel 12); het vaststellen van toelagen wegens onregelmatige dienst als bedoeld in artikel 16. Het toepassen van de navolgende bepalingen en regelingen: Artikel 3:4 CAR m.b.t. de verschuivingsvergoeding Regeling waarnemingstoelage betrekking hebbend op de waarneming van functies binnen de sector; Regeling verminderings- en aflopende toelage; Overwerkregeling; Vergoedingsregeling voor wachtdienst; Regeling gratificaties bij ambtsjubilea Vergoeding bedrijfshulpverlening Het toepassen van artikel 4:1 CAR inzake arbeidsduur en werktijden. Het toepassen van nadere regels omtrent de werktijden, zoals bedoeld in artikel 4:2 CAR. Het opdragen van overwerk, wachtdienst, nachtarbeid en arbeid op zaterdag, zondag, de dag van de viering van de verjaardag van de koningin en kerkelijke of nationale feest- of gedenkdagen (artikel 4:2:1:1 EAR). Het toepassen van artikel 4:3 CAR inzake spaaruren. Het korten van ADV bij ziekte als bedoeld in artikel 5 van de Werktijden en ADV-regeling. Het toepassen van hoofdstuk 4a CAR m.b.t. het uitwisselen van arbeidsvoorwaarden. Het toepassen van seniorenmaatregelen als bedoeld in de artikelen 5:1, 5:3, 5:4 en 5:5 CAR. Het toekennen van de aanspraak op verlof met inachtneming van de artikelen 6:2:1:1 en 6:2:2:1 EAR, de verlening van vakantieverlof met inachtneming van de artikelen 6:2:3:1 tot en met 6:2:5 EAR, het overschrijven van verlof conform artikel 6:2:4:1 en de toepassing van verlof bij ziekte conform artikel 6:2:4:2 Het uitbetalen van niet genoten vakantiedagen na ontslag (artikel 6:2:6:1 EAR). Het verlenen van buitengewoon verlof als bedoeld in de artikelen 6:4 tot en met 6:4:3 CAR/EAR. Het verlenen van ouderschapsverlof, als bedoeld in de artikelen 6:5 t/m 6:5a:1:1 CAR/EAR en hoofdstuk 6.5 van de Waz. Het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof en adoptie- en pleegzorgverlof als bedoeld in de artikelen 6:7 en 6:8 CAR. Het toepassen van artikel 6:9 en 6:10 CAR, behoudens het stellen van nadere regels ten behoeve van het indienen van het verzoek tot onbetaald verlof. Het toepassen van artikel 6:11 CAR, inzake het besluit om het verlof van de ambtenaar die volledig onbetaald verlof geniet en langer dan 14 dagen ziek is, in schrijnende gevallen te beëindigen. Het toepassen van artikel 6a:3 lid 1 en 2, 6a:4, 6a:8 en 6a:9 CAR inzake de levensloopregeling. Het doen instellen van een geneeskundig onderzoek als bedoeld in de artikelen 7:2:4 en 7:2:5 EAR alsmede in artikel 7:12 CAR. Het verzoeken om maatregelen of voorzieningen te treffen als bedoeld in artikel 7:2:7 EAR. Het vaststellen van de hoogte van de aanspraak op bezoldiging bij ziekte als bedoeld in artikel 7:3, 7:4, 7:8:1:1, 7:8:2:1, 7:18:1 t/m 7:23 en 7:26 t/m 7:28a CAR/EAR. Het treffen van maatregelen en geven van voorschriften als bedoeld in de leden 1 t/m 3 van artikel 7:9 CAR. Het doen van een verzoek om informatie bij ziekte als bedoeld in artikel 7:10 CAR. Het al dan niet verlenen van toestemming tot het verrichten van arbeid voor zichzelf of voor derden als bedoeld in artikel 7:13:2, sub f, EAR. Het opdragen van passende arbeid als bedoeld in artikel 7:16 CAR. Het verlenen van toestemming om de betrekking na ziekte weer te vervullen als bedoeld in het derde lid van artikel 7:17 CAR. Ontslagverlening als bedoeld in de artikelen 8:1, 8:2, 8:6:1:1, 8:10, 8:11 CAR/EAR. Toekenning van een overlijdensuitkering als bedoeld in de leden 1 tot en met 3 van artikel 8:16:1:1 EAR. Toekenning van een afscheidsgratificatie bij volledig uittreden wegens ouderdomspensioen, arbeidsongeschiktheid, pré-VUT of FPU. Het geven van toestemming tot persoonlijk gebruik als bedoeld in artikel 15:1b CAR. Het afdoen van verzoeken om een vergoeding van schade aan privé kleding en uitrusting wegens een dienstongeval, indien het te vergoeden bedrag niet meer bedraagt dan € 250,-. Het op- en vaststellen van persoonlijke opleidingsplannen en opleidingsplannen op sectorniveau. Het vaststellen van de hoogte van de vergoeding van opleidingskosten als bedoeld in het derde lid van artikel 17:1:3:1 EAR. Het ontheffen van de ambtenaar van de verplichting tot terugbetaling van een studiekostenvergoeding, als bedoeld in artikel 17:1:4:1 EAR. Het toekennen van verlof als bedoeld in artikel 17:1:5:1 EAR. Het bepalen van de termijn voor opleidingsfaciliteiten alsmede de verlenging daarvan (artikel 17:1:6:1 EAR). Het intrekken van verleende studiefaciliteiten, als bedoeld in artikel 17:1:7:1 EAR en opvragen van de gegevens als bedoeld in het tweede lid van artikel 17:1:7:1 en in artikel 17:1:8:1 EAR. Het vaststellen van vergoedingen ingevolge hoofdstuk 18 EAR met betrekking tot pension- en verhuiskosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel