De ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar is aangesteld of wordt ontslagen heeft voor de periode van diens dienstverband in dat kalenderjaar recht op een evenredig deel van de hem op basis van artikel 6:2:1:1 toekomende vakantieverlof.
Voor de ambtenaar die door oorzaken anders dan die bedoeld in het eerste lid, niet gedurende het volle kalenderjaar of zijn volle werktijd zijn betrekking vervult, wordt het vakantieverlof volgens artikel 6:2:1:1 naar evenredigheid verminderd behoudens het bepaalde in het derde lid.
Geen vermindering van vakantieverlof vindt plaats in geval van afwezigheid wegens zwangerschap en bevalling, wegens verblijf in militaire dienst anders dan voor een eerste oefening en wegens buitengewoon verlof verleend met toepassing van artikel 6:4:1 en 6:4:2.