Voor de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur in de commissie, bedoeld in artikel 12:1, wijst het college uit zijn midden een of meer vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers aan. De aanwijzing geschiedt bij elke nieuwe zittingsperiode van de raad en voorts telkens ter vervanging van hen die ophouden lid van het college te zijn.
Voor de vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties in de commissie, bedoeld in artikel 12:1, worden per centrale, bedoeld in artikel 12:1, derde lid, twee leden en hun plaatsvervangers aangewezen, indien de centrale de voorafgaande 12 maanden ten minste 15 leden telt. Een centrale met meer dan 200 leden heeft het recht om drie leden en hun plaatsvervangers aan te wijzen.
Plaatselijk werkende groeperingen van landelijke verenigingen van overheidspersoneel, die onder het in publiekrechtelijk verband aangestelde personeel van de gemeente tenminste twee leden tellen, doch uit hoofde van het bepaalde in artikel 12:1 of het tweede lid niet voor vertegenwoordiging in de commissie voor georganiseerd overleg in aanmerking komen, worden in de gelegenheid gesteld om schriftelijk haar gevoelen te doen kennen omtrent de bij de commissie voor georganiseerd overleg ingediende voorstellen inzake vaststelling, wijziging en intrekking van algemeen verbindende voorschriften, die de leden van die vereniging betreffen.